Spelregels

741598_51702739Er wordt door 7 spelers tegen 7 spelers gespeeld: één keeper en 6 veldspelers.
Er worden vier periodes van vijf minuten gespeeld.
Dit is zuivere speeltijd, ook wel ‘netto speeltijd’ genoemd.
Als er bijvoorbeeld een overtreding is begaan of er is een andere spelonderbreking, dan stopt de speeltijd.

Er is ook ‘bruto speeltijd’: de tijd loopt dan door.
Waterpolo wordt gespeeld door twee teams.
Er liggen in totaal veertien mensen in het water.
Ieder team mag ook wisselspelers hebben, dit mogen er niet meer dan zes zijn.
Eén team heeft de witte kapjes op en het andere team heeft de blauwe kapjes op. De keeper heeft een rode kap op.
Om verwondingen te voorkomen wordt er voordat de wedstrijd begint de lengte van de nagels gecontroleerd.
Ook wordt er gekeken of er geen sieraden gedragen worden.
Het is de bedoeling dat de teams zoveel mogelijk doelpunten proberen te maken.
Aan het begin van de wedstrijd gooit de spelleider de bal in het water, op de middenlijn van het speelveld.
De teams proberen de bal te pakken en naar hun eigen spelers te gooien.
Is er gescoord, dan moeten alle spelers terug naar hun eigen helft en mag degene die een tegendoelpunt heeft gehad uit gooien.
Voor het wisselen van een speler moet er naar een speciaal vak worden gezwommen. Dit heet de terugkomplaats: dit is meestal een rood vak.
Je hebt drie soorten ballen: de bal voor de mini’s, de bal voor de dames en één voor de heren.

Er zijn verschillende soorten overtredingen: Gewone overtredingen en Zware overtredingen.
Een gewone overtreding is een overtreding van de spelregels die wordt bestraft met een vrije worp.

Enkele voorbeelden zijn:

Zware overtredingen zijn te verdelen in uitstuur-, uitsluit- en strafworpfouten.
Een uitstuurfout is een overtreding die wordt bestraft met het wegsturen van de speler die de overtreding beging.

Enkele voorbeelden zijn:

Het expres trappen of slaan van of naar een tegenstander is een uitsluitfout.
De deelnemer wordt dan het veld uitgestuurd en mag niet meer deelnemen aan de rest van de wedstrijd.
Bij een strafworpfout mag de tegenstander een strafworp nemen van af de vier meterlijn.
Er moet dan in één beweging op het doel worden geschoten.

Strafworpfouten zijn:

Als een speler drie zware fouten in één wedstrijd maakt mag hij niet meer deelnemen aan de wedstrijd.
Ter bescherming van de spelers zijn de waterpoloscheidsrechters heel precies met het volgen van de regels. Ook mag niet tegen de beslissing van de scheidsrechter worden ingegaan. Als je dit wel gebeurd wordt de speler er er uitgestuurd.